N.B. De CdK adviseerde, GS gehoord, de minister van Binnenlandse Zaken (en Waterstaat) inzake het verlenen van concessies voor het aanleggen van spoorverbindingen. Concessies werden van 1832 tot in 1846 verleend bij KB. Bij KB van 24 mei 1846 nr. 37 werd bepaald, dat de minister van Binnenlandse Zaken namens de koning de concessies kon afgeven. GS deden navraag bij gemeentebesturen en waterschappen of er bezwaren bestonden tegen de voorgenomen aanleg. Verder waren CdK en GS intermediairs bij onder meer aankoop en onteigening van gronden. De provincie kon besluiten tot subsidies voor de aanleg en exploitatie van lokale spoor- en tramwegen.
De verschillen tussen spoorwegen, lokaalspoorwegen en tramwegen hingen samen met het gewicht en draagvermogen van het rollend materieel en de snelheid. Vervoer over lokaalspoor en tramweg ging met lagere snelheid en lager gewicht van de locomotieven en wagons dan vervoer over spoor. Zo bepaalde bijvoorbeeld de wet betreffende het beheer van de lokaalspoorwegen (S. 1878 nr. 124) dat de belasting van een as op de spoorstaven niet meer dan 10.000 kg mocht bedragen en dat de snelheid ten hoogste 30 km per uur mocht bedragen. Zie verder ook S. 1889 nr. 146.
Kenmerken
- Zonder categorie
Mijn Studiezaal (inloggen)


