Menu

In de periode van 31 juli tot en met 17 augustus is de chatservice niet beschikbaar. Toch snel antwoord? Stel uw vraag via MijnStudiezaal!



Het Gelders Archief heeft al een verleden van meer dan twee eeuwen. De eerste archivaris in Gelderland trad aan in 1802.

Een doodzonde 
Sinds het optreden van de eerste Gelderse archivaris, Gerard van Hasselt (1751-1825), is er heel wat veranderd. Van Hasselt was een ijverig historisch publicist, maar zijn werk als charterbewaarder van het Departementaal Bestuur van Gelderland kon niet op ieders instemming rekenen. Hij ontdeed veel archivalia van hun oorspronkelijke orde, vernietigde ze vaak na publicatie en maakte aantekeningen op oude stukken. Tegenwoordig beschouwen vakgenoten dat als een doodzonde, aldus oud-rijksarchivaris Frank Keverling Buisman in zijn publicatie over tweehonderd jaar archiefzorg in Gelderland.

'Ongedierte en bederf'
De Gelderse gouverneur luidde in 1816 de noodklok over het oud-archief van de provincie: "alle papieren [waren] in zodanigen staat, dat binnen korten tijd geen spoor daar meer van zoude te vinden zijn, voor weer nog wind, voor muijsen nog ratten bewaard, aan allerleij ongedierte en bederf blootgesteld…en soms de belangens van veele huijsgezinnenen notabele geslagten in dit gewest aan onberekenbare nadeelen waren blootgesteld". Het ministerie van Binnenlandse Zaken deelde de zorgen van de gouverneur en benoemde in 1817 Isaac Anne Nijhoff (1795-1863) als 21-jarige tot opzichter van het provinciaal archief. Hij en zijn zoon Paulus Nijhoff (1822-1867) hebben veel betekend voor de Gelderse geschiedbeoefening en het toegankelijk maken van archieven in Gelderland. Nijhoff junior werd bovendien benoemd tot de eerste stadsarchivaris van Arnhem.

Het rijk regeert en bewaart 
Rijkscultuurambtenaar Victor de Stuers maakte zich in 1875 opnieuw grote zorgen over de Gelderse archieven, die als rijkseigendom werden beschouwd. Het resultaat van zijn bemoeienis was de bouw van een rijksarchiefbewaarplaats in Arnhem (1879) en de benoeming van Th.H.F. van Riemsdijk tot eerste rijksarchivaris in Gelderland. De provincie droeg het oud-archief van Gelderland op 1 augustus 1877 officieel over aan de nieuwbakken rijksarchivaris. Van Riemsdijk werd ook tot archivaris van Arnhem benoemd. Het is begrijpelijk dat het publiek het Rijksarchief in Gelderland vaak aanzag voor provinciaal archief. De rijksoverheid betaalde immers het werk van de rijksarchieven in de provincie, waar ook de archieven van de provincie en haar voorgangers werden bewaard.

De oorlog
Tijdens de Slag om Arnhem (1944) gingen het kantoorgebouw, de bibliotheek en een deel van de toegangen van het Rijksarchief verloren. Het depot en de archieven bleven wonderwel gespaard. Elders in Arnhem gingen de archieven van de gemeentesecretarie Arnhem (1870-1917), het Gerechthof en de arrondissementrechtbank verloren.

Uit elkaar en weer samen

Twee archiefgebouwen aan de Markt ca. 1968In 1954 werd Klaas Schaap benoemd tot gemeentearchivaris van Arnhem en verhuisde het archief van de Gemeente Arnhem van het Rijksarchief, waar het zich sedert 1880 bevond, naar een nieuw gereed gekomen gebouw aan de Koningstraat (later aan de Westervoortsedijk).
Het Rijksarchief in Gelderland, dat in 1967 een nieuw gebouw aan de Arnhemse Markt had geopend, zag het aantal studiezaalbezoekers na de oorlog snel stijgen van zo’n 1780 bezoeken in 1960 naar ruim 13.500 in 2001. Deze stijging kwam onder meer door de enorm toegenomen populariteit van genealogie. Schaalvergrotingsvoordelen, de informatisering en digitalisering en de noodzaak om meer samen te werken leidden er toe dat in 2002 het Gelders Archief ontstond. Het Rijksarchief in Gelderland, de Gemeentearchieven van Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal gingen in het Gelders Archief op.

Meer informatie
Frank Keverling Buisman, Van Hasselts nalatenschap. Tweehonderd jaar archiefzorg in Gelderland (1802-2002). Bijdrage en Mededelingen Gelre 2003, XCI, 81-134.
Harrie-Jan Metselaars. De totstandkoming van het Rijksarchief in Gelderland 1876-1877. Bijdragen en Mededelingen Gelre, LXIX, 1976-1977, 235-255.