Menu

De chat is beschikbaar van maandag tot en met vrijdag tussen 13:00 en 16:00 uur. Is de chat offline? Stel uw vraag via ons contactformulier.

IMG 3447In 1543 eindigde het roemrijke hertogdom Gelre. Keizer Karel V voegde toen het hertogdom toe aan zijn Nederlandse bezittingen. De keizer liet kort daarop een overzicht maken van de administratie van de hertogen. Het zou tot 2020 duren voordat het ‘hertogelijk archief’ toegankelijk werd voor het publiek. Hoe kwam dat zo?

Fred van Kan, directeur van het Gelders Archief, zegt: “Het archief van de hertog is na 1543 min of meer blijven liggen. Het belangrijkste deel in Arnhem bij de Gelderse Rekenkamer, een beheerinstituut. Het bleef daar liggen, totdat er historische belangstelling ontstond aan het einde van de 18e eeuw.” Verschillende delen van het hertogelijk archief kwamen in de loop van de eeuwen in Düsseldorf, München, Wenen, Kleef, Brussel en Buren terecht.

Mee naar huis nemen

Gerard van Hasselt (1751-1825), secretaris van de Gelderse Rekenkamer, maakte aan het einde van de 18e eeuw, lijsten van de hertogelijke oorkonden. Hij deed dat omdat hij stukken aan professor Pieter Bondam mee naar huis gaf. Bondam schreef over de geschiedenis van Gelderland. Van Hasselt nummerde de stukken. Zo wist hij wat hij aan Bondam uitleende. “Die nummers van Van Hasselt hebben tot voor kort, zolang het archief niet was geïnventariseerd, een rol gespeeld”, zegt Fred van Kan.

Provinciaal archivaris I.A. Nijhoff (1795-1863) ordende in de 19e eeuw datgene wat hij van het hertogelijk archief aantrof bij de provincie Gelderland op trefwoord. Hij gebruikte het archief voor zijn boeken Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland (1830-1875). Het bleef moeizaam zoeken in het archief. “Het waren dikke bundels papier die in dozen zaten met slechts summiere verwijzingen”, aldus Fred van Kan.

Uit alle hoeken en gaten

Rijksarchivaris jonkheer A.H. Martens van Sevenhoven (1880-1952) haalde de archiefstukken van de hertog uit de papieren nalatenschap van de Gelderse Rekenkamer. Hij inventariseerde een belangrijk deel van de charters (tot 1371), de rekeningen en andere stukken (tot 1473). Hij zorgde dat de documenten van de Rekenkamer, hertog en leenkamers - die vermengd waren geraakt - netjes werden geordend en op de plek kwamen waar ze behoorden. Leenkamers registreerden in de middeleeuwen de lenen, de rechten en plichten van de leenman en leenheer.

Martens van Sevenhoven kwam er achter dat slechts een deel van het hertogelijk archief in Arnhem was. Een belangrijk deel (onder andere rekeningen en oorkonden) lag in Düsseldorf. Hij fotografeerde dat deel en beschreef het. De stukken in Düsseldorf waren daar terechtgekomen, omdat de hertogen van Gulik ook gedurende een bepaalde periode hertog van Gelre waren. Hier bevond zich ook het document uit 1339, waarin de graven van Gelre en Zutphen de hertogtitel kregen. De laatste hertog van Gelre was ook hertog van Gulik en Kleef. Zo kwamen er ook documenten in Kleef terecht. Door vererving vonden zelfs hertogelijke documenten hun weg naar München. Nederland kocht in 1949 van de erfgenamen van de vroegere Beierse koningen de hertogelijke stukken terug. Bij het afbreken van het kasteel van Buren in de 19e eeuw nam een opkoper kisten met oud materiaal mee. Een aanzienlijk deel daarvan waren papieren van de Gelderse hertogen. De hertogen verbleven in de middeleeuwen geregeld op het kasteel van Buren. Het Rijk kocht dit ‘Burense’ deel eveneens op. Ook stukken uit Wenen en Brussel vonden hun weg terug naar Arnhem. “Zo kwamen er uit alle hoeken en gaten hertogelijke documenten naar Arnhem toe en telkens werden deze blokjes apart beschreven. Het was een wirwar van stukken, bundels en charters”, aldus Fred van Kan.IMG 3427

De eindronde

In en na de Slag om Arnhem tijdens de Tweede Wereldoorlog ging een belangrijk deel van Martens van Sevenhovens werk verloren. De archivaris was aangeslagen door de uitwerking van de oorlog. Hij nam de inventarisatie niet meer ter hand. Na Martens van Sevenhoven namen diverse archivarissen de verschillende bestanden onder handen. Chartermeester Maarten van Driel zorgde er vanaf eind jaren zeventig voor dat de onderscheiden delen van het hertogelijk archief in een logisch verband werden gebracht. Hij ordende het archief, verbeterde en vernieuwde de beschrijvingen van de archiefstukken en voegde ze samen in een databestand. Fred van Kan rondde het project af.

Vele jaren en vele duizenden uren zijn in de inventarisatie gaan zitten. Het hertogelijk archief telt 5332 archiefstukken en heeft een omvang van bijna zestig meter omvang.

Foto's:
Boven: charter uit het hertogelijk archief, Gelders Archief 0001-2235.
Onder: Fred van Kan      

 

 

 

 

 

Adres