Iedere week ontvangen we bezoekers op de studiezaal van het Gelders Archief, ieder met hun eigen onderzoek. Vaak weten we niet precies waar ze mee bezig zijn.
Maar bezoeker Peter-Richard van den Berg nam ons mee in zijn zoektocht, die leidde tot een bijzonder familieverhaal rondom het schilderij “Het huis van Budel” (1552-136). Zijn verhaal biedt een bijzonder inkijkje in de geschiedenis die schuil kan gaan achter een archiefstuk. Lees hieronder het verhaal achter het schilderij.

Afbeelding: 1552-136, Münninghoff, Xeno, Auteursrechtenvrij
Een blik in het verleden
In de studiezaal van het Gelders Archief ligt voor mij op tafel een schilderij in een geopende kartonnen doos met daarop de naam “Het huis van Budel” erop geschreven. Het werd in 1895 geschilderd door Xeno Münningshoff, een impressionist uit de omgeving van Arnhem, die graag in de natuur werkte. In snelle, losse penseelstreken legde hij alledaagse gebeurtenissen in het spel van licht en kleur vast. Op het eerste gezicht is op dit schilderij een oude boerderij afgebeeld met wat omgezaagde boomstammen op de voorgrond. Achter de hoge bomen prijkt een massieve kerktoren. Alles staat nog in het blad, wat aangeeft dat het moment van schilderen rond de zomer moet zijn geweest. Over de waslijn hangt een blauwe kiel en wat witgoed. De bovendeur staat open, alsof de schilder ons uitnodigt binnen te komen luisteren naar een bijzonder verhaal van de familie. Behalve dat het schilderij een geschenk was van het Gemeentearchief Rheden, is hier in het Gelders Archief namelijk weinig over bekend.

Afbeelding: Eigen collectie Peter-Richard van den Berg
Terug naar Huize Budel
Om dan maar spreekwoordelijk met die deur in huize Budel te vallen, sta ik hier 130 jaar later met het schilderij van het huis waar mijn opa zijn jeugd doorbracht. Het hoorde bij de houtzagerij, een familiebedrijf van zijn vader Albert Budel in Velp, dat destijds door zijn vader Henk was overgenomen. De precieze locatie was aan het einde van de Kerklaan tegenover de Oude Jan, de kerktoren op het schilderij, die tussen de bomen nog net zichtbaar is, en naast de Rozendaalse Beek, ook wel Wambeek genoemd.
Afbeelding: 1540-1383, J.G. Staal Fotospeciaalzaak, Public Domain Mark 1.0 licentie

Afbeelding: 1540-1381, J.G. Staal Fotospeciaalzaak, Public Domain Mark 1.0 licentie
Tijdens het reconstrueren van onze familiestamboom van mijn moeders kant, speelden op de achtergrond de vele verhalen die in de familie de ronde deden.
Familieleden stuurden oude foto’s, internet bood extra informatie en ik ontdekte de kleine begraafplaats aan de Bergweg in Velp. Tot mijn verrassing markeerde daar nog een grijze verweerde stele het graf van Albert en zijn ouders. Later kwam ik ook het bestaan van dit schilderij op het spoor. Door foto’s met het schilderij te vergelijken, zag ik de verbanden tussen toen en nu.
Overleven in moeilijke tijden
In 1889 heerste in Nederland een agrarische crisis. Goedkoop Amerikaans graan overspoelde de Europese markt. Ook regionale houtzagerijen in Gelderland werden zwaar getroffen, doordat boeren hun investeringen uitstelden. De concurrentie was moordend. In het bedrijf van mijn overgrootvader werd alles nog met de hand gedaan, pas vele jaren later werd een motorzaag aangeschaft. In 1890 brak de Russische griep uit, die wereldwijd veel mensenlevens kostte. Albert (Ab) en zijn vrouw Christien hadden acht kinderen en de financiële druk was groot. Er moest dus iets gebeuren om het tij te keren.
In Argentinië bleek meer dan genoeg grond te zijn om te bewerken, maar te weinig landarbeiders en dat bazuinde de regering hier massaal rond. In Nederland groeiden de agentschappen voor de werving van arbeiders explosief. Men beloofde gratis overtocht, een goed salaris en bij hard werken ook nog kans op een eigen stuk grond. Ab zal in deze wanhoop besloten hebben om met het hele gezin naar Argentinië te emigreren, een land waarvan niemand de taal sprak. Enkele weken voor vertrek beviel Christien nog van een dochter.
De reis per stoom/zeilschip van de N.A.S.M. (Nederlandsch Amerikaanse Stoomvaart Maatschappij) duurde vijf weken. Al die tijd benedendeks was geen pretje en zeker niet voor kinderen. Bij aankomst in Buenos Aires begon de ellende pas echt. Het schip kon niet aanmeren, omdat de haven nog niet af was. In Buenos Aires verbleven alle migranten een week in een immigrantenhotel, waar het eten zo anders was, dat er zelfs mensen ziek van werden of nog erger, overleden. Eenmaal op de plaats van bestemming ergens op een haciënda (plantage) in het binnenland bleek het slavenarbeid te zijn dat het gezin tegen een hongerloontje ging verrichten. Bovendien moest Ab de reis ook nog eens zelf terugbetalen aan de Argentijnse overheid, iets wat hen door het agentschap in Nederland niet verteld was. Ook veel gezinnen uit andere landen konden nauwelijks rondkomen. Sommigen boden zelfs hun dochters aan voor geld. Dit ging Ab en Christien te ver. Toen tot overmaat van ramp de kleine meid overleed en in een door Ab zelf gemaakt kistje werd begraven, gaven zij het op. Ab klopte helaas te vergeefs om hulp aan bij het Nederlandse Consulaat. Het gezin kwam daar niet voor in aanmerking, waarop Ab contact zocht met de Rooms Katholieke kerk en familieleden en vrienden in Velp, die meteen een inzameling begonnen. Met hun karige financiële hulp keerde het gezin berooid als “dekpassagiers” met de laatste vaart van de N.A.S.M. terug naar Nederland. Alles wat zij nog aan bezittingen hadden waren de kleren die zij droegen.
Ab hervatte zijn werk in de houtzagerij, die door andere familieleden na hun vertrek was voortgezet en bedankte de hechte Velpse gemeenschap met een advertentie in de krant.

De volgende generatie
Door de jaren heen vlogen de kinderen uit en begonnen hun eigen leven. De twee oudste zonen trokken naar de Oost, waar Hendrik omkwam en Richard, na een wrede oorlogservaring van zes jaar, terugkeerde en mijn oma ontmoette. Toen vanuit de marechaussee de Veldpolitie in Nederlands-Indië werd opgericht, vertrok Richard weer met zijn gezin, om structureel iets terug te doen voor dat land en de mensen, waarvan hij zielsveel was gaan houden. Zoon Albert werd huisschilder, Chris werd smid en opende een haardenwinkel in Velp. De jongste zoon, Jan, werd schoen -en kleermaker. De beide dochters, Corrie en Petronella, trouwden en verlieten Velp.
Helaas sloeg eenentwintig jaar later het noodlot opnieuw toe. Ab was al op leeftijd en viel uit een nog om te zagen boom, brak zijn heup en overleed enkele dagen later. Voor Christien braken zware tijden aan. De verzekering wilde niet uitkeren. Samen met zoon Albert begon zij een rechtszaak en pas na een jaar kwam de verzekering eindelijk over de brug. Ondertussen was haar man in het graf van zijn ouders bijgezet op de Rooms-Katholieke begraafplaats aan de Bergweg in Velp. De plek waar Christien werd begraven werd onlangs door de bestuursvoorzitter van de begraafplaats teruggevonden. Het stond beschreven in een administratieve nalatenschap van de oud-voorzitter. Vermeld onder haar meisjesnaam, Christina Freriks, bleek zij wat verderop in een verdwenen algemeen graf op diezelfde begraafplaats te liggen. Hiermee was het antwoord verkregen op de prangende vraag van mijn nicht Jet Budel en mijzelf.
Een herontdekte geschiedenis
Voorzichtig leg ik het schilderij van het huis van Budel weer terug in de kartonnen doos en hoop het met dit verhaal uit de anonimiteit te hebben gehaald.
Nog voor ik terugkeer naar mijn eigen woonplaats, ga ik nog even langs die kleine begraafplaats aan de Bergweg. Het is er stil. Overal om mij heen zie ik de graven van de Budels, die eens hier in Velp hun plek in de samenleving hadden. Nu, na meer dan honderd jaar heb ik hier de rustplaats van mijn voorouders teruggevonden en een schilderij met daarop hun huis, dat de sfeer weergeeft zoals zij dat destijds moeten hebben beleefd. Mijn zoektocht heeft me dichter bij hen gebracht dan ik mij ooit had kunnen voorstellen. Het deed mij beseffen hoe hard en moeilijk hun bestaan in die tijd moet zijn geweest, maar dat zij telkens de moed vonden om op te staan en verder te gaan.
Uiteindelijk weer enigszins herenigd

Afbeelding: Eigen collectie Peter-Richard van den Berg
Op het graf van Ab en zijn ouders prijkt nu voor de grote grijze stele een prachtige in natuursteen gegraveerde foto van de beide echtgenoten, Ab en Christien. Ik leg een boeket met enkele helblauwe bloemen neer als symbool voor de staalblauwe ogen die opa en mijn moeder van Albert hebben geërfd.
Als ik het zware gietijzeren hek achter mij sluit valt het slot met een droge metalen klik. Een dromerige rust glijdt over de prachtige, kleine begraafplaats, die door standvastige Velpenaren van de ondergang is gered, waarmee zij tevens de laatste woorden van pastoor Koene tijdens begrafenissen destijds gestand hebben gedaan:
”Ge zult hier rusten tot het einde der tijden”.