Menu

De chat is beschikbaar van maandag tot en met vrijdag tussen 13:00 en 16:00 uur. Is de chat offline? Stel uw vraag via ons contactformulier.

Beeldbank

De beeldbank is een verzamelplek met al ons gedigitaliseerd beeldmateriaal dat wij online mogen publiceren. Denk hierbij aan onder andere foto’s, video’s, prenten, kaarten, affiches, ansichtkaarten en zegels. Aan de rechterkant van het scherm kunt u uw zoekresultaat filteren op het soort beeldmateriaal. Sommige afbeeldingen zijn alleen ter inzage op de studiezaal.

Voor meer zoek- en filtermogelijkheden per materiaalsoort gaat u naar: Affiches, Films en filmfragmenten, Foto's, Kaarten, Prenten, Prentbriefkaarten, Zegels.

Uw zoekacties: Oud archief Arnhem
x2000 Oud archief Arnhem

Archieftoegang

Hier vindt u de inventaris van een archieftoegang. Hierin staat beschreven welke stukken zich in dit archief bevinden. 
 
Het nummer dat voor de titel van het archief staat is het toegangsnummer van dit archief. Het nummer dat voor de beschrijving van een stuk staat is het inventarisnummer. 
  • Bij ‘Kenmerken’ vindt u algemene informatie over dit archief
  • Bij ‘Inleiding’ vindt u achtergrondinformatie over dit archief, denk hierbij aan de openbaarheid, de archiefvormer en de oorsprong en opbouw van het archief.
  • Bij ‘Inventaris’ vindt u de lijst met beschrijvingen van stukken die zich in dit archief bevinden. 

Hoe zoekt u door een archieftoegang?

Klik op de zoekbalk links bovenin en voer uw zoekterm(en) in. Klik vervolgens op ‘zoek’.
Onder ‘Gevonden archiefstukken’ verschijnen de beschrijvingen van stukken uit dit archief waar deze term in voorkomt. Om te zien in welk deel van het archief deze stukken zitten klikt u op ‘Inventaris’. Dor telkens te klikken op het woord/de woorden die vetgedrukt worden weergegeven komt u uit bij de (met geel gemarkeerde) zoektermen. 

Welke archieftoegangen heeft het Gelders Archief?

Bekijk het Archievenoverzicht  om te zien welke archieven zich in het Gelders Archief bevinden. Deze zijn niet allemaal geïnventariseerd en beschikbaar voor inzage. Als er geen inventarislijst beschikbaar is, is dit archief helaas nog niet in te zien. 
 

 

2000 Oud archief Arnhem
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1. Openbaarheid en citeren
2. Voorwoord
3. Overzicht der opeenvolgende besturen
4. Verhouding van de stad tot gewest en kwartier
5. Geschiedenis van het archief
6. Toelichting tot de inventarisatie
2000 Oud archief Arnhem
Inleiding
6. Toelichting tot de inventarisatie
De eerste ordening van het archief, waarvan melding wordt gemaakt, is die van den burgemeester D. DIBBITS, door dezen in 1641 voltooid. DIBBITS verdeelde de stukken naar onderwerpen over laden; in deze orde bleven de charters en een deel der losse stukken bewaard, totdat de tegenwoordige inventarisatie was voltooid. Niet geïnventariseerd, doch wel materieel verzorgd werd het archief door MR. G. VAN HASSELT, die in de jaren 1779 tot 1795 daarmede werkzaam was. Doordat hij de gewoonte had, stukken uit het archief te lichten en mede te nemen, moet helaas geconstateerd worden, dat in zijn tijd het een en ander is zoek geraakt. Gelukkig zijn in de banden, van VAN HASSELT afkomstig, welke thans op de Openbare Bibliotheek te Arnhem berusten, nog tal van origineele stukken aangetroffen, welke tenslotte nog op hun plaats in het archief teruggebracht konden worden.
In de veertiger jaren der 19e eeuw heeft MR. D. WEERTS een lijst van de charters opgemaakt (Inv. no. 6362). Een inventarisatie van meer belang was die, door P. NIJHOFF ondernomen. De Gedeputeerde Staten der provincie Gelderland machtigden bij beschikking van 24 Juli 1860 den provincialen archivaris MR. I.A. NIJHOFF, om de ordening van het Arnhemsche archief door zijn zoon te laten verrichten. Het resultaat werd in 1864 in druk uitgegeven en is tot heden de voornaamste wegwijzer geweest voor hen, die in het archief nasporingen wenschten te doen.
Echter, in den loop der jaren bleek het, dat deze ordening niet in alle opzichten voldeed. Reeds in het eerste verslag van den gemeentearchivaris van Arnhem, JHR. MR. TH.H.F. VAN RIEMSDIJK, den lateren Algemeenen Rijksarchivaris, staat een passage, welke m.i. zeer juist weergeeft, welke de bezwaren waren, die aan het werk van P. NIJHOFF kleefden. JHR. MR. VAN RIEMSDIJK zegt daar: "Op de inrichting van dat chronologisch register is nog al het een en ander aan te merken, omdat de bewerker zich niet ten doel gesteld heeft of alle stukken te vermelden, óf alleen de zoodanige, die hij naar een vasten en duidelijken maatstaf daartoe bestemde. Eigenlijk vindt men daarin alleen dezulke aangeduid, die den bewerker om de een of andere reden belangrijk voorkwamen, en daar men niet weten kan, welke zaken hij voor merkwaardig hield en of hij alle daarop betrekkelijke stukken medegedeeld heeft, is het onmogelijk te bepalen, welke stukken wel en welke niet in het register zijn opgenomen. Te zijner tijd moet dus hierin verbetering worden aangebracht".
Aan de uitvoering van het denkbeeld van JHR. MR. VAN RIEMSDIJK kon intusschen voorloopig wegens gebrek aan werkkrachten niet gedacht worden. Eerst in het jaar 1919 kwam er uitzicht, dat aan de ordening meer geregeld kon worden gewerkt, omdat door de benoeming van A. OLTMANS tot ambtenaar bij het Rijksarchief het archiefpersoneel zoodanig was uitgebreid, dat deze ambtenaar in de komende jaren een deel van zijn beschikbaren tijd aan het Arnhemsche archief kon wijden. Tot een zijner voornaamste bezigheden behoorde het verwijderen van de processtukken van de Hooge Bank uit het stedelijk archief, welke naar het rechterlijk archief werden overgebracht. Het oorspronkelijke plan, om het Raadssignaat van na 1680 ook naar het rechterlijk archief over te brengen, aangezien daarin de uitspraken van de Hooge Bank staan aangeteekend, werd niet ten uitvoer gebracht, daar gebleken is, dat er na genoemd jaar toch ook nog vele beslissingen op requesten aan den magistraat en andere beschikkingen van niet rechterlij ken aard in staan aangeteekend.
De hoofdcommies OLTMANS beschreef voorts een aantal seriën, rekeningen, resolutiën enz., welke arbeid echter door de vereenvoudigde wijze, waarop deze inventaris in druk verschijnt, daarin niet woordelijk kon worden overgenomen en hierdoor niet tot zijn recht komt. Ook begon hij met het aanleggen van een regestenlijst en maakte verder een aantal aanteekeningen en uittreksels, welke bij de bestudeering van de organisatie van het archief van nut zijn geweest.
De volontaire, Mej. dra. A.J. MARIS, beschreef de onder Aanhangsel I aan dezen inventaris toegevoegde stukken betreffende verschillende functionarissen in de Groote Kerk. Veel werk heeft zij gehad aan het vervaardigen van een groot aantal regesten, welke, na door mij te zijn geuniformiseerd, in de algemeene regestenlijst zijn opgenomen; voor de topografie der stad Arnhem is de inhoud van de meeste dezer regesten van belang.
De volontaire, Mej. J.H. FOCKEMA ANDREAE, heeft de bijlagen tot de Landdags- en Kwartiersrecessen gecontroleerd en zoo noodig op orde gebracht. Enkele kleinere afdeelingen van archiefstukken van na 1814 werden door haar geïnventariseerd, terwijl zij voorts bij de nummering en het afwerken van den inventaris heeft medegewerkt. Zonder haar hulp zou deze afwerking, welke vele beslommeringen met zich bracht, niet in een zoo korten tijd voltooid zijn geworden.
Als eindpunt van de inventarisatie van het archief is het jaar 1852 genomen; het feit, dat in genoemd jaar de invoering van de Gemeentewet plaats vond, motiveert het aannemen van deze grens. Het archief van Arnhem over de jaren 1852-1859, dat evenals het oude gedeelte in het Rijksarchiefdepot in Gelderland bewaard wordt, is in handschrift beschreven.
De inventarisatie van het oud-archief van Arnhem is geschied volgens de regelen, in de Handleiding tot het ordenen van archieven vastgesteld.
De regestenlijst is tot het jaar 1543 voortgezet, zulks in tegenstelling met hetgeen hieromtrent is medegedeeld in het voorwoord tot den inventaris van de Archieven der Gasthuizen en Fundatiën, Gilden, Schutterijen en Vendels (1930), waar als einddatum 1578 was gekozen. Vooral het aantal brieven nà het jaar 1543 was dermate groot, dat aan een uitbreiding van de regesten tot 1578 niet kon worden gedacht. Daarbij komt, dat niet lang na 1543 de registratie in het Arnhemsche archief vrij algemeen is ingevoerd, zoodat men bij een onderzoek niet uitsluitend op hier en daar verspreid zich bevindende losse stukken is aangewezen.
Ook op den omvang der regesten zelve is besnoeid, doordat de dateeringen niet meer in onopgelosten vorm onder de regesten zijn opgenomen. Achter den opgelosten datum is thans, tusschen haakjes, het hoogst noodzakelijke van den datum opgenomen, zooals de Heiligendag, de plaats van uitvaardiging, terwijl het jaartal alleen is vermeld, wanneer dit met het oog op den jaarstijl moeilijkheden zou kunnen geven. Het is dus noodzakelijk, dat de lezer vertrouwe, dat het jaar door den bewerker juist is overgenomen, omdat op dit punt controle in het algemeen is uitgesloten.
Van de brieven zijn geen gewone regesten vervaardigd, maar is een tusschenweg gekozen tusschen inventaris- en regestbeschrijving. Brieven bevatten meestal meerdere onderwerpen en leenen zich daardoor minder goed, om in een korten regestvorm gebracht te worden. In de brievenlijst treft men nu een korten inhoud van de behandelde onderwerpen aan; met de dateering is gehandeld als bij de oorkondenregesten, terwijl ook de oorspronkelijke spelling is overgenomen. Het afwijken van het als normaal aangenomen regest moge verontschuldiging vinden in het streven naar bezuiniging op de drukkosten.
Tenslotte heb ik gemeend bij Inv. no. 5825 te mogen verwijzen naar reeds gedrukte regesten, opgenomen in den Inventaris van het Huis Bergh. Het procesdossier, onder no. 5825 vermeld, komt ook daar voor, en het leek mij overbodig, om met alle daar reeds gedrukte regesten den inventaris van Arnhem te belasten.
Thans nog een enkel woord over de jaarstijlen in den inventaris. Na onderzoek in de rechterlijke protocollen is aangenomen, dat schepenen van Arnhem tot het jaar 1486 den Kerststijl gebruikten, om daarna over te gaan tot den Jaarsdagstijl. Bekend mag worden verondersteld, dat de Bourgondische vorsten en hun omgeving den Paaschstijl bezigden. Echter valt op te merken, dat de door aartshertog MAXIMILIAAN VAN OOSTENRIJK aangestelde stadhouder ADOLF VAN NASSAU-IDSTEIN geen Paaschstijl, maar Jaarsdagstijl gebruikte, hetgeen blijkt uit den inhoud van den brief d.d. 1490 Januari 8 (Briefregest 397). Overbodig is het wellicht mede te deelen, dat in Gelderland in het jaar 1700 de nieuwe of Gregoriaansche stijl werd ingevoerd, waarmede bij de dateering van een aantal brieven van vóór dat jaar rekening dient te worden gehouden.
Kenmerken
Datering:
1264-1885
Auteur:
D.P.M. Graswinckel
Licentie:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS

Adres