Menu

De chat is beschikbaar van maandag tot en met vrijdag tussen 13:00 en 16:00 uur. Is de chat offline? Stel uw vraag via ons contactformulier.

Uw zoekacties: Secretarie Gemeente Arnhem, afdeling Duitse Zaken
x2133 Secretarie Gemeente Arnhem, afdeling Duitse Zaken

Archieftoegang

Hier vindt u de inventaris van een archieftoegang. Hierin staat beschreven welke stukken zich in dit archief bevinden. 
 
Het nummer dat voor de titel van het archief staat is het toegangsnummer van dit archief. Het nummer dat voor de beschrijving van een stuk staat is het inventarisnummer. 
  • Bij ‘Kenmerken’ vindt u algemene informatie over dit archief
  • Bij ‘Inleiding’ vindt u achtergrondinformatie over dit archief, denk hierbij aan de openbaarheid, de archiefvormer en de oorsprong en opbouw van het archief.
  • Bij ‘Inventaris’ vindt u de lijst met beschrijvingen van stukken die zich in dit archief bevinden. 

Hoe zoekt u door een archieftoegang?

Klik op de zoekbalk links bovenin en voer uw zoekterm(en) in. Klik vervolgens op ‘zoek’.
Onder ‘Gevonden archiefstukken’ verschijnen de beschrijvingen van stukken uit dit archief waar deze term in voorkomt. Om te zien in welk deel van het archief deze stukken zitten klikt u op ‘Inventaris’. Dor telkens te klikken op het woord/de woorden die vetgedrukt worden weergegeven komt u uit bij de (met geel gemarkeerde) zoektermen. 

Welke archieftoegangen heeft het Gelders Archief?

Bekijk het Archievenoverzicht  om te zien welke archieven zich in het Gelders Archief bevinden. Deze zijn niet allemaal geïnventariseerd en beschikbaar voor inzage. Als er geen inventarislijst beschikbaar is, is dit archief helaas nog niet in te zien. 
 

 

2133 Secretarie Gemeente Arnhem, afdeling Duitse Zaken
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
01. Openbaarheid en citeren
02. Een restant-archief "Duitsche Zaken"
03. Het Rijkscommissariaat. Een burgerlijk bestuur in uniform
04. Een nieuwe hiërarchie
05. Gelderland en Arnhem. Burgemeester Bloemers
06. De Gemeente tussen bezetter en bevolking
07. Materiële lasten van de bezetting
08. De Afdeling "Duitsche Zaken"
09. Betrekkingen met de Wehrmacht
2133 Secretarie Gemeente Arnhem, afdeling Duitse Zaken
Inleiding
09. Betrekkingen met de Wehrmacht
Het minst gecompliceerd, want het meest geformaliseerd, waren zoals gezegd de betrekkingen die moesten worden onderhouden met de Wehrmacht. Van de ongunstige vergoedingsregelingen moest maar het beste worden gemaakt; de tegenpartij kon haar wil opleggen, maar had er geen belang bij om daarbij onnodige weerstanden en heimelijke tegenwerking op te roepen.
Niet elke huizenvordering was zo onafwendbaar als de Duitse kennisgevingen leken te suggereren. Vaak was er wel enige ruimte om te manoeuvreren. Lukte het niet de Wehrmachtkommandantur van inbeslagneming te doen afzien, dan probeerde Vuursteen namens de burgemeester door tegenvoorstellen de minst harde varianten en een zo lang mogelijke ontruimingstermijn te bedingen. In het bijzonder spande "Duitsche Zaken" zich in om zo veel mogelijk van de inventaris voor de gedupeerden te redden. Soms verlangden de Duitsers van de Gemeente een opgave van panden die voor inbeslagneming in aanmerking kwamen. In overleg met de burgemeester verstrekte de afdeling Bevolking dan de gewenste lijst, waarna een ontruimingstermijn werd vastgesteld, in het algemeen variërend tussen zes en veertien dagen. Notulen Zuiveringscommissie Gemeentepersoneel van 26 september 1945. Zo kan bij alle ongelijkheid tot op zekere hoogte worden gesproken van een spel van geven en nemen tussen "Duitsche Zaken" en de Wehrmacht. En het samenspel strekte zich soms nog wel wat verder uit.
De woningnood, die in Arnhem al in de eerste jaren van de bezetting was ontstaan Vgl. b.v. de vermeldingen over woningnood in Arnhem in december 1941 en het vestigings- en verhuisverbod een jaar later, Archief Gemeentesecretarie Arnhem, serie 1940-1949, inv. nr. 1611, resp. 1612., vroeg om een zo goed mogelijke verdeling van de nog beschikbare ruimte. Het Algemeen Vorderingsbesluit 1940 voorzag in vordering van woonruimte door burgemeesters, maar de regeling die de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken daartoe in mei 1942 voor één jaar opstelde, bleek alleen bedoeld voor vordering ten behoeve van personen die binnen hun woonplaats onderdak behoefden "tengevolge van onmiddellijk daaraan voorafgaand oorlogsgeweld" of van dreigend oorlogsgeweld dan wel "andere zeer bijzondere omstandigheden". In het laatste geval was bovendien schriftelijke instemming vooraf van de secretaris-generaal vereist. Met "zeer bijzondere omstandigheden" zal deze vooral bombardementen hebben bedoeld,
maar in elk geval niet de toen reeds vrij algemene woningnood. Het is duidelijk dat men aan de regeling van mei '42 in de dagelijkse praktijk van de bezetting niet veel had, nog afgezien van de haken en ogen ten aanzien van schadevergoedingen. Een vlottend woningbestand, waarvan de Duitsers voortdurend huizen in beslag namen en weer vrijgaven, vergde van de burgemeester een slagvaardiger beleid en dus ruimere bevoegdheden dan Den Haag op dat moment wilde toestaan. Zie voor de vorderingsbevoegdheid van burgemeesters Archief Gemeentesecretarie Arnhem, serie 1940-1949, inv. nr. 4890, volgnr. 3216/1, 8 mei 1942, en artikel 3 van het Algemeen Vorderingsbesluit, Verordeningenblad 1940, nr. 110, van 22 augustus 1940, p. 345. Vgl. voor de opvattingen van de secretaris-generaal over de urgentie van woningnood ook het in de vorige noot genoemde inv. nr. 1612.
Om nu toch de beschikking te krijgen over bepaalde woningen, heeft de Gemeente wel eens de hulp ingeroepen van haar relaties bij de Wehrmacht. Aangezien de Kommandantur toch al in elke vordering wilde worden gekend Archief "Duitsche Zaken", inv. nr. 5, Zusammenstellung 43-hh, brief van de Wehrmachtkommandantur Arnheim van 23 oktober 1943., lag het voor de hand, de Nederlandse procedure maar helemaal te omzeilen en te proberen de Wehrmacht te bewegen tot vordering voor de Gemeente. De chef "Duitsche Zaken" vroeg dan namens de burgemeester om bepaalde huizen te vorderen, bijvoorbeeld voor gezinnen die hun eigen woning hadden moeten afstaan. Voorbeelden van vordering door de Wehrmacht voor de Gemeente: Archief "Duitsche Zaken", inv. no 5, Zusammenstellung 43-y, brief d.d. 17 december 1943, en inv. nr. 7, Beethovenlaan 98.Blijkbaar had de burgemeester met een officier als Oberleutnant Dr. F. Grünagel een zo vertrouwelijke relatie dat hij in maart 1944 diens hulp dorst in te roepen
om een huis dat op verzoek van de Gemeente was gevorderd, door handhaving van dat beslag uit handen te houden van Referent W. Zelger van de Nationalsozialistische Volkswohlfahrt (NSV) Archief "Duitsche Zaken", inv. nr. 6, Zusammenstellung 44x-44aa, brief van 24 maart 1944.
Met sommige langer in Arnhem gelegerde officieren van de Wehrmachtkommandantur konden de burgemeester en zijn chef "Duitsche Zaken" dus wel zaken doen, maar de speelruimte bleef, zelfs bij goede wil aan de andere kant, toch beperkt. Weliswaar liepen de meeste militaire vorderingen in Arnhem via de plaatselijke Wehrmachtkommandantur, maar die had daar evenwel geen monopolie op. Instanties als de Fliegerhorstkommandantur Deelen en het Luftgaukommando Holland hebben eveneens onroerend goed in beslag genomen. Anderzijds heeft de zojuist genoemde NSV, hoewel ze via het Rijkscommissariaat beschikte over gevorderde woonruimte, in 1944 door de Wehrmachtkommandantur huizen voor Duitse burgers in beslag laten nemen. Archief "Duitsche Zaken", inv. nr. 7 en 8. Vorderingen voor het vliegveld bijvoorbeeld onder Kemperberger- en Deelenscheweg.
Hoe het stond met de goede wil, moest bij elke personeelswisseling op de Kommandantur maar weer worden afgewacht. De sfeer werd er in de loop van de oorlog uiteraard ook niet ontspannener op. Aan Nederlandse kant kon men zich geregeld vergapen aan de zacht gezegd formele opvattingen van de Duitse bureaucratie over "recht", wanneer Fliegerhorst- of Wehrmachtkommandantur zich beklaagden dat bewoners uit gevorderde huizen "wieder einmal widerrechtlich" hun eigen stoffering hadden meegenomen. Dat formalisme pakte immers zeer eenzijdig uit, want Duitse militairen hebben vaak genoeg Nederlandse goederen zonder enige plichtpleging "georganiseerd", dus naar bovengenoemde criteria "widerrechtlich". Archief "Duitsche Zaken", inv. no. 7, Obrechtstraat 52 en 54. Vgl. b.v. voor diefstallen door Duitse militairen in 1943 en 1944 in Oosterbeek W.H. Tiemens, En niet te vergeten: Hendrika van der Vlist!, in Arnhem de Genoeglijkste, jaargang 14, nr. 3, p. 117-118.
Bij de beoordeling van de betrekkingen met de Wehrmacht dient zeker het stadium van de oorlog in het oog te worden gehouden. Dat Bloemers in de grimmige jaren 1943 en '44 uitnodigingen van NSDAP-instanties stelselmatig placht af te slaan, zal de bezettende macht in het algemeen niet milder hebben gestemd. De atmosfeer was toen dan ook heel anders dan eind 1941, toen de burgemeester Oberleutnant Kroll van de Wehrmachtkommandantur in een brief bedankte voor alles wat deze in dat jaar voor Arnhem en zijn burgers had gedaan. Bloemers was niet zuinig in zijn lof: hij was het toeval dankbaar dat het Gemeentebestuur uitgerekend met Kroll te maken had gekregen, want aan diens grootmoedigheid en zuiver menselijke eigenschappen was het te danken geweest dat zoveel problemen konden worden opgelost. Ook verheugde de burgemeester zich over de goede persoonlijke betrekkingen tussen Kroll en zijn vertegenwoordiger Vuursteen. Zie voor het afslaan van invitaties: Archief "Duitsche Zaken", inv.
nr. 37, onder NSDAP. Voor de brief aan Kroll: Archief "Duitsche Zaken", inv. nr. 1, Zusammenstellung 2-h, brief van 31 december 1941.
Misschien heeft Bloemers zijn erkentelijkheid jegens Kroll een beetje aangedikt; in elk geval was hij zeer te spreken over "de verdienstelijke wijze" waarop Vuursteen zich kweet van "de hem verstrekte opdracht tot behandeling van aangelegenheden met de bezettingsautoriteiten". Dat "Duitsche Zaken" werd gezien als een secretarie-afdeling, valt behalve uit de adressering van ingekomen stukken ook op te maken uit het eigen stempel dat daarop in 1943 en '44 voorkomt. Zie voor blijken van tevredenheid de Besluiten van de burgemeester van 8 mei 1942 en 19 mei 1943, beide nr. 513 P, betreffende toelagen en een gratificatie. Zie voor het stempel: Archief "Duitsche Zaken", inv. nr. 39, 21 juli 1943; inv. nr. 24, 23/27 juni 1944, op Prümelaan 38, (E.W.M. Brinkerink).
10. Betrekkingen met het Rijkscommissariaat en de NSV
11. De chef "Duitsche Zaken" kabinetschef van de burgemeester
12. Het gebruik van het archief
Kenmerken
Datering:
1940-1954
Auteur:
J.P. Vredenberg
Thema trefwoorden:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS

Adres