1707 Gelderse Landdagsrecessen 1581-1798

196 Comparanten ter landdag
Kwartier van Nijmegen:
Ridderschap:
Bartholdt (Bartelt) van Gendt, heer van Loenen (Loehnen) en Wolferen, raadsheer in het Hof van Gelre en Zutphen (1578-1595)
Cornelis van Gendt (Gent), heer van Meinerswick (Meijnerswijck Meinerswijck, Meynerswyck), in 1591-1614 burggraaf, richter en dijkgraaf van Nijmegen
Johan (Jan) van Gendt (Gent), heer tot Oijen (Oyen, Oyhen) en Dieden (Dyden), jagermeester
Johan van Gendt (Gent), ambtman, richter en dijkgraaf van Over-Betuwe (1591-1621)
Joost van Giessen (Gijssen, Gyssen), ambtman van Zaltbommel en de Tieler- en Bommelerwaarden (1593 / 1602-1620)
Wilhem (Willem) Pieck, ambtman van Beesd en Rhenoy (1590-1627)
Goessen (Goossen, Goosen) van Varick (Vaerick, Varyck), rekenmeester in de Gelderse Rekenkamer (1580-1623)
Carl (Carel) Viegh (Vygh, Vijgh), heer tot Soulen (Soelen, Zoelen)
Henrick van Beinhem (Beynhem, Beinum, Beinhum, Beinhom), heer tot Appelenburch (Appelenborch)
Adriaen (Arndt) die Cock (de Kock), heer tot Wadenoijen, voormalig ambtman en dijkgraaf van Zaltbommel en de Tieler- en Bommelerwaarden (1576-?), later richter en dijkgraaf van Wageningen
Wilhem (Willem) van Tuijl (Tuyl) tot Bulckenstein
Gijsbert van Beest (Beesd)
Alardt van Isendorn (Isendoorn)
Gijsbert (Gisbert, Giesbrecht) van Mekeren (Meekeren), heer van Meinerswijck (Meijnerswick, Meinerswick, Meynerswyck)
Johan van Gendt (Gent) tot Winssen
Derick (Dederick, Dedrick) van Eijl (Eyl)
Johan van Wijhe, heer van Echteld
Ot (Odt, Ott, Otto) van Wijhe
Marten (Merten) van Buechel (Burchel, Buchel, Buchelen, Buchellen)
Wilhem (Willem) van Haefften (Haeften)
Marten van Haefften (Haeften)
Lambert van Tellicht
Steden:
stad Nijmegen:
Wijnandt van Eck
Johan Kelleffken (Kelffken)
Henrick (Henderyck, Hendrick) die (de) Beijer
Zie Nota bene.
Kwartier van Nijmegen:
Ridderschap:
Bartholdt (Bartelt) van Gendt, heer van Loenen (Loehnen) en Wolferen, raadsheer in het Hof van Gelre en Zutphen (1578-1595)
Cornelis van Gendt (Gent), heer van Meinerswick (Meijnerswijck Meinerswijck, Meynerswyck), in 1591-1614 burggraaf, richter en dijkgraaf van Nijmegen
Johan (Jan) van Gendt (Gent), heer tot Oijen (Oyen, Oyhen) en Dieden (Dyden), jagermeester
Johan van Gendt (Gent), ambtman, richter en dijkgraaf van Over-Betuwe (1591-1621)
Joost van Giessen (Gijssen, Gyssen), ambtman van Zaltbommel en de Tieler- en Bommelerwaarden (1593 / 1602-1620)
Wilhem (Willem) Pieck, ambtman van Beesd en Rhenoy (1590-1627)
Goessen (Goossen, Goosen) van Varick (Vaerick, Varyck), rekenmeester in de Gelderse Rekenkamer (1580-1623)
Carl (Carel) Viegh (Vygh, Vijgh), heer tot Soulen (Soelen, Zoelen)
Henrick van Beinhem (Beynhem, Beinum, Beinhum, Beinhom), heer tot Appelenburch (Appelenborch)
Adriaen (Arndt) die Cock (de Kock), heer tot Wadenoijen, voormalig ambtman en dijkgraaf van Zaltbommel en de Tieler- en Bommelerwaarden (1576-?), later richter en dijkgraaf van Wageningen
Wilhem (Willem) van Tuijl (Tuyl) tot Bulckenstein
Gijsbert van Beest (Beesd)
Alardt van Isendorn (Isendoorn)
Gijsbert (Gisbert, Giesbrecht) van Mekeren (Meekeren), heer van Meinerswijck (Meijnerswick, Meinerswick, Meynerswyck)
Johan van Gendt (Gent) tot Winssen
Derick (Dederick, Dedrick) van Eijl (Eyl)
Johan van Wijhe, heer van Echteld
Ot (Odt, Ott, Otto) van Wijhe
Marten (Merten) van Buechel (Burchel, Buchel, Buchelen, Buchellen)
Wilhem (Willem) van Haefften (Haeften)
Marten van Haefften (Haeften)
Lambert van Tellicht
Steden:
stad Nijmegen:
Wijnandt van Eck
Johan Kelleffken (Kelffken)
Henrick (Henderyck, Hendrick) die (de) Beijer
Zie Nota bene.
Datering:
1593 december 11
Notabene:
a. Casijn (Cosijn, Cosin) van der Hell compareert hier, evenals in 1591 en in maart 1593, voor het Kwartier van Zutphen, en wordt namens het Zutphense kwartier afgevaardigd naar de Staten-Generaal, zie regest 161 (1593); in vroegere jaren compareerde hij voor Veluwe, zie de landdagen van november 1587, maart 1588 en juli 1590.
b. Bij Gerrit Kreijnck, rekenmeester en comparant voor de Ridderschap van Zutphen, wordt opgemerkt dat hij niet schriftelijk voor deze landdag is uitgenodigd, maar door het Kwartier opgeroepen.
c. Willem Bentinck was landrentmeester van de Veluwe in de jaren 1570-1589, maar op 25 juni 1590 door het Hof geschorst, vanwege achterstallige betaling aan, onder meer, Carl van Gelder, de landrentmeester-generaal. In de comparantenlijsten wordt hij evenwel nog altijd aangeduid met "Rentm[eeste]r.". Zie ook de regesten 001 (1591), 140 (1591), 149 (1591, 064 (1592), 071 (1592) en 097 (1593).
d. Bij Henrick van Brienen de Oude: Henrick van Brienen de Oude (ca. 1540-1620), heer van Sinderen, burgemeester van Harderwijk, ambtman van Voorst en raadsheer in het Hof; op vele landdagen comparant voor de Ridderschap van Veluwe. Als een van de meest ervaren ambtsdragers in Gelderland werd hij meermaals uitgezonden naar de Staten-Generaal en op belangrijke missies voor de Landdag; in de Staten-Generaal bijgenaamd 'het Manke Furstendom Gelre' omdat hij kreupel was. Zie P.C. Molhuysen, P.J. Blok, (red.), Nieuw Nederlands Biographisch Woordenboek, dl. 7, kol. 208-209.
e. Bij Henrick van Brienen, rekenmeester: Henrick van Brienen Woltersz., van 08-03-1593 tot zijn dood op 11-02-1620 rekenmeester in de Gelderse Rekenkamer; niet te verwarren met bovengenoemde Henrick de Oude; beiden overleden in 1620.
f. Geerlich van der Capellen, raadsheer in het Hof, wordt staande de vergadering benoemd tot lid van een commissie en moet dus aanwezig zijn geweest, maar enkel als raadsheer en niet als comparant (zie regest 356).
b. Bij Gerrit Kreijnck, rekenmeester en comparant voor de Ridderschap van Zutphen, wordt opgemerkt dat hij niet schriftelijk voor deze landdag is uitgenodigd, maar door het Kwartier opgeroepen.
c. Willem Bentinck was landrentmeester van de Veluwe in de jaren 1570-1589, maar op 25 juni 1590 door het Hof geschorst, vanwege achterstallige betaling aan, onder meer, Carl van Gelder, de landrentmeester-generaal. In de comparantenlijsten wordt hij evenwel nog altijd aangeduid met "Rentm[eeste]r.". Zie ook de regesten 001 (1591), 140 (1591), 149 (1591, 064 (1592), 071 (1592) en 097 (1593).
d. Bij Henrick van Brienen de Oude: Henrick van Brienen de Oude (ca. 1540-1620), heer van Sinderen, burgemeester van Harderwijk, ambtman van Voorst en raadsheer in het Hof; op vele landdagen comparant voor de Ridderschap van Veluwe. Als een van de meest ervaren ambtsdragers in Gelderland werd hij meermaals uitgezonden naar de Staten-Generaal en op belangrijke missies voor de Landdag; in de Staten-Generaal bijgenaamd 'het Manke Furstendom Gelre' omdat hij kreupel was. Zie P.C. Molhuysen, P.J. Blok, (red.), Nieuw Nederlands Biographisch Woordenboek, dl. 7, kol. 208-209.
e. Bij Henrick van Brienen, rekenmeester: Henrick van Brienen Woltersz., van 08-03-1593 tot zijn dood op 11-02-1620 rekenmeester in de Gelderse Rekenkamer; niet te verwarren met bovengenoemde Henrick de Oude; beiden overleden in 1620.
f. Geerlich van der Capellen, raadsheer in het Hof, wordt staande de vergadering benoemd tot lid van een commissie en moet dus aanwezig zijn geweest, maar enkel als raadsheer en niet als comparant (zie regest 356).
Toegangsnummer:
0008 Staten van het Kwartier van Veluwe en hun Gedeputeerden
Inventarisnummer:
Folionummer:
1 r. - 1 v. (scan 5-6)
laatste wijziging 31-01-2025
Mijn Studiezaal (inloggen)