1707 Gelderse Landdagsrecessen 1581-1798

136 Op het herhaalde verzoek van de graaf en gravin van Bronckhorst concludeert de Landdag, ingevolge het besluit op de vorige landdag genomen, voldoende te hebben gedaan om te zorgen dat de Bronckhorsten onder vrijgeleide bij de Generaliteit op audiëntie kunnen gaan en daar toestemming kunnen krijgen als Gelderse onderdanen en vazallen weer hun intrek te nemen op De Wildenborch. Zie Nota bene.
Datering:
1593 maart 27
Notabene:
a. "...Gravinne und Graven van Bronckhordt...": dit zijn Joost graaf van Limburg Stirum (ca.1565-1621) en zijn gemalin Maria gravin von Holstein Schauenburg (1559-1610) of zijn moeder Maria van Hoya en Brockhausen (Broichusen, Broeckhuysen) (1534-1612); wie van beide gravinnen is uit dit reces niet op te maken, maar waarschijnlijk is Maria van Hoya bedoeld, gezien een eerder rekest uit 1592.
b. Maria van Hoya en haar zonen Joost en Erik bleven rooms-katholiek en waren Spaansgezind. Hun bezittingen waren in 1581 door de Staten van Gelderland in beslag genomen omdat Maria vrijwillig Spaanse garnizoenen op haar huizen Bronckhorst en De Wildenborch had toegelaten. Maria's oudste zoon, de bannerheer Joost graaf van Limburg en Bronckhorst, heer van Stirum, poogde de teruggave van zijn goederen te bewerkstelligen. Zelf was hij tot in 1592 in Spaanse krijgsdienst.
c. Zie over hen de regesten 113 (1581), 170 (1581), 082 (1583), 087 (1583), 201 (1583) en 418 (1593 / 1594). Zie ook: Eliëns en Harenberg, a.w., 65-66 en Tengbergen, A. en E.J. Tengbergen, De acht kastelen van Vorden (Zutphen 1988) 50-52 (zie Literatuurlijst).
d. Zie over het genomen besluit ook de regesten 053 (1592) en 084 (1593).
b. Maria van Hoya en haar zonen Joost en Erik bleven rooms-katholiek en waren Spaansgezind. Hun bezittingen waren in 1581 door de Staten van Gelderland in beslag genomen omdat Maria vrijwillig Spaanse garnizoenen op haar huizen Bronckhorst en De Wildenborch had toegelaten. Maria's oudste zoon, de bannerheer Joost graaf van Limburg en Bronckhorst, heer van Stirum, poogde de teruggave van zijn goederen te bewerkstelligen. Zelf was hij tot in 1592 in Spaanse krijgsdienst.
c. Zie over hen de regesten 113 (1581), 170 (1581), 082 (1583), 087 (1583), 201 (1583) en 418 (1593 / 1594). Zie ook: Eliëns en Harenberg, a.w., 65-66 en Tengbergen, A. en E.J. Tengbergen, De acht kastelen van Vorden (Zutphen 1988) 50-52 (zie Literatuurlijst).
d. Zie over het genomen besluit ook de regesten 053 (1592) en 084 (1593).
Toegangsnummer:
2000 Oud archief Arnhem
Inventarisnummer:
Folionummer:
366 r. (scan 711)
laatste wijziging 20-12-2024
Mijn Studiezaal (inloggen)