Menu

De chat is beschikbaar van maandag tot en met vrijdag tussen 13:00 en 16:00 uur. Is de chat offline? Bekijk onze Veelgestelde vragen of stel uw vraag via ons contactformulier.

Uw zoekacties: Geluid

Geluid

beacon
1.155 opnames
sorteren op:
 
 
Pagina: 15
 
 
Erfgoedstuk
Inventaris
Geluid
41.01 Interview met Marietje Huitink
Titel:
Interview met Marietje Huitink
Beschrijving:
Werken op kasteel 't Medler. In 1952 kwam Marietje Huitink (1932) als 19-jarige bij de familie Van Dorth tot Medler op kasteel ’t Medler te werken als kinder- en kamermeisje. Daarvoor had ze verschillende andere baantjes. Ze heeft op het landgoed gewoond en heeft daar haar man leren kennen. Ze vertelt over haar tijd op ’t Medler (oral history).Thema’s die aan de orde komen:
Kamer- en kindermeisje. Via een advertentie kwam Marietje op ’t Medler te werken voor de jonge barones. Ze sliep op de kinderkamer bij twee van de kinderen. ’s Avonds na het warm eten en de afwas was ze vrij. Door de week had ze een halve dag vrij en ’s zondags om de week. De meisjes kregen 3 gulden in de week en daarvan moesten ze ook hun broodbeleg kopen. Overdag had ze een blauwe jurk aan met een wit schort, ’s avonds moest ze in het zwart.
Het werk. Alles gebeurde nog op de hand, wassen en afwassen. Kamers werden gepoetst met zwabber, stoffer en blik. Op maandagmiddag poetste ze het zilver of koper. Verder hielp ze de kinderen met aankleden en streek ze de was. Jurkjes met smokjes, dat was veel werk. Ze deed ook de werkkamer van de baron, dan moest ze om half zes opstaan. Hij was lastig, maar ze gehoorzaamde. Dat was toen nog, je was een beetje onderdanig. In maart, de vastentijd, was de grote schoonmaak en moest iedereen meehelpen. Alles werd dan met de hand afgewassen. De laatste drie jaar werkte Marietje in de keuken. Ze kookte nog op een kolenfornuis.
Weck en slacht. Er was een moestuin met bessen waar in een sapketel sap van gemaakt werd. Ook boontjes werden geweckt. Met de slacht kwam de vrouw van de jachtopziener helpen met vlees wecken.
Twee generaties in één huis. Toen was dat gewoon. Ze hadden het niet krap, maar ze deden ook niet luxe. Als de jonge barones geld nodig had, moest ze dat eerst vragen bij de baron en de oude barones. Op vakantie gingen ze naar familie in Duitsland. De kinderen bleven dan thuis.
Datering:
13-04-2008
Interviewer:
Margreet Gründemann
Auteursrechthebbende:
Gelders Archief
Uitleg auteursrechten:
Dit werk is vanwege auteursrechten alleen zichtbaar in de studiezaal van het Gelders Archief. Disclaimer
Ga naar dit stuk:
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Inventaris
Geluid
36.01 Interview met mevrouw Lanser-Luik
Titel:
Interview met mevrouw Lanser-Luik
Beschrijving:
In 1947 kwam mevrouw Lanser-Luik (1925) met haar man die opzichter was, op de boerderij op landgoed Nederhemert wonen. In 1953, toen de jonge baron trouwde en in de boerderij ging wonen, verhuisden ze naar de dienstwoning. Ze vertelt over haar leven op het landgoed (oral history).Thema’s die aan de orde komen:
Primitief leven. Water kwam uit de pomp en gewassen werd op het wasbord; de kookwas zat in een diepe kookpan met brandende takkenbossen eronder. Gestreken ging met kachelboutjes. Licht kwam van petroleumlampen en een gaslampje in de keuken. Toen de baron een motor in zijn huis plaatste, kregen meneer en mevrouw Lanser een draadje.
De oude baron. Voor de oorlog sliepen de meisjes boven in het kasteel waar ze ’s winters met de rijp op de dekens wakker werden. De knechts namen hun pet af.
Eén grote familie. De kinderen trokken allemaal met elkaar op, het was een grote familie. Voor de kinderen waren de volwassenen allemaal oom en tante.
Gesloten beurzen. Het salaris was niet hoog, maar van alles was vrij: woning, melk, hout etc. Er was een klein winkeltje voor het hoognodige. Voor de rest moest men op de fiets naar Heusden.
Knechts. ’s Winters was er een vaste kern en ’s zomers werden knechts aangenomen. De vaste knechten woonden in een huis van de baron.
Bezit. Bijna het hele eiland was van de baron: de hoeve, de huizen, het pontje. Later ging het pontje naar de gemeente. Op het land groeiden granen, bieten en erwten, er was een appelboomgaard en er waren zwarte bessenstruiken. Bomen werden gekapt voor de opbrengst, waarna er weer nieuwe werden geplant. De bomen moesten met de hand bewerkt worden omdat ze vol granaatscherven uit de oorlog zaten; de zagen gingen er kapot aan. Op den duur werd telkens een stuk grond verkocht. Omdat de baron niet bij machte was het kasteel na de plunderingen en de brand in de oorlog weer op te bouwen en in te richten, is ook het kasteel verkocht.
Datering:
23-09-2011
Interviewer:
Joke v.d. Bogaard
Auteursrechthebbende:
Gelders ArchiefGelders Archief
Uitleg auteursrechten:
Dit werk is vanwege auteursrechten alleen zichtbaar in de studiezaal van het Gelders Archief. Disclaimer
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Inventaris
Geluid
37.01 Interview mevrouw v.d. Anker-de Weerd
Titel:
Interview mevrouw v.d. Anker-de Weerd
Beschrijving:
De vader van mevrouw Van de Anker (1921) volgde zijn vader op als boswachter-jachtopziener op landgoed Nederhemert. Het gezin woonde in de dienstwoning op het eiland. Mevrouw Van de Anker vertelt over het wonen en werken op het landgoed (oral history).Thema’s die aan de orde komen:
Wonen. De luiken van de dienstwoning hadden de kleur van het kasteel: rood-wit. In het begin was er geen gas en geen licht. Het regenwater werd opgevangen en er werd water gepompt. Het gezin had zelf groente, aardappels, fruit en een paar koeien. Na het overlijden van vader mocht moeder zolang ze leefde in de dienstwoning blijven wonen.
Oorlog. Tijdens de oorlog ging het leven op het eiland nog gewoon door; er waren maar weinig soldaten. Na de oorlog en na de evacuatie bleek alles kapot, opgestookt door de Duitsers. Het gezin kreeg toen ledikanten in plaats van bedsteden.
Werk vader. Behalve boswachter was vader ook onbezoldigd rijksveldwachter. Hij moest stropers verhinderen te stropen. Voor de baron deed vader op de fiets boodschappen in Heusden. Vroeger reed hij als tweede palfrenier, koetsier, mee in een rijtuig naar de kerk. Bij de jacht was vader hoofdjager, hij organiseerde de drijvers. Na afloop kreeg hij hazen en fazanten en moest hij een haas op het kasteel en bij de burgemeester brengen.
Jeugd op het eiland. Als kind ging mevrouw Van de Anker naar het kleine schooltje op het eiland. Klompen met zwarte kousen aan en een schortje voor. Op woensdagmiddag kregen de meisjes breiles. Er was de zondagschool, een zangvereniging, een toneelclubje en een reizende bibliotheek.
Contact met de baron en barones. De oudste zus van mevrouw Van de Anker heeft lang bij de oude barones gewerkt. Toen de zus trouwde kwam de barones haar kleden en maakte ze het bruidsboeket. Bij het trouwen van de laatste baron werd het hele eiland verzocht om naar de kerk te komen. Daarna was er feest en werd het hele eiland getrakteerd.
Datering:
23-09-2011
Interviewer:
Joke v.d. Bogaard
Auteursrechthebbende:
Gelders ArchiefGelders Archief
Uitleg auteursrechten:
Dit werk is vanwege auteursrechten alleen zichtbaar in de studiezaal van het Gelders Archief. Disclaimer
 
 
 
 
 
Erfgoedstuk
Inventaris
Geluid
38.01 Interview met de heer Anton ter Bogt
Titel:
Interview met de heer Anton ter Bogt
Beschrijving:
De ouders van Anton ter Bogt (1948) waren pachter op landgoed ’t Suideras onder Johanna Van Voorst tot Voorst. Het gezin bewoonde boerderij ’t Norde. Het Huis Suideras werd bewoond door twee zusters met hun echtgenoten die elk een deel van het landgoed onder hun beheer hadden. Anton vertelt over vroeger (oral history). Thema’s die aan de orde komen:
Werk vader. Vóór zijn trouwen werkte vader als los arbeider op het kasteel. Bij het planten van bomen kregen de losse krachten per boom betaald. Daarna was vader boer. Hij had een stuk of tien koeien, wat mestvarkens en honderd kippen. Verder had hij er van alles bij om er wat bij te verdienen. De rogge werd met de boeren samen gemaaid. Op zaterdag werd een kip die niet meer legde geslacht. Daar at het hele gezin met elf kinderen van.
Jacht. Eén keer per jaar was de jacht. Pachters waren verplicht mee te gaan als drijver. Anton verving zijn vader die er niet van hield. Tussen de middag kreeg je erwtensoep en je zag de buren met elkaar. Het wild werd opgehangen aan een wagen die ook de baronnen van het ene veld naar het andere vervoerde. Na de jacht kwam baron Van Voorst een fazant brengen.
Naar de kerk. Het gezin was katholiek en ging elke zondag naar de kerk. Met twee zoons was er één paar schoenen. Dat moest dus verdeeld worden. Schoenen werden verder niet gedragen, er waren klompen en laarzen.
Omgang met mensen van het Huis. Vader gedroeg zich nederig, dat had hij van huis uit. Op weg naar de kerk mochten ze niet vóór de familie Van Voorst gaan lopen. Het kasteel was een heiligdom, daar mocht je niet komen. Vader ging daar voor de pacht alleen naar toe.
Pacht betalen. Elk jaar werd op 22 februari de pacht betaald. Als vader de brug overging liep hij verder met de pet onder de arm. Vroeger was het zo dat als je als pachter niet voldeed, je dan op 1 mei weg moest.
Datering:
09-01-2012
Interviewer:
Margreet Gründemann
Auteursrechthebbende:
Gelders Archief
Uitleg auteursrechten:
Dit werk is vanwege auteursrechten alleen zichtbaar in de studiezaal van het Gelders Archief. Disclaimer
 
 
 
Pagina: 15