0517
Arrondissementsrechtbank en Parket van de Officier van Justitie te Zutphen
- Kenmerken
- Inleiding
- Inventaris
Inleiding
2. 1838-1929
2.1. De arrondissementsrechtbank te Zutphen, 1838-1929
2.1.4. Procedures
Voor een beter begrip van de stukken die bij de verschillende soorten en manieren van rechtspraak zijn gevormd wordt de gang van zaken bij de rechtspraak hier kort samengevat.
2.1.4.5. Burgerlijke zaken - meervoudige kamer, bij rekest
De rekest- of verzoekschriftprocedure is in beginsel eenvoudig. Zij kan echter een korte inleiding tot een veel uitgebreidere dagvaardingsprocedure zijn, zoals bij echtscheiding.
Voor bepaalde zaken is de rekestprocedure voorgeschreven. Bij de Zutphense rechtbank kwamen met name voor: verbetering van akten der Burgerlijke Stand; echtscheiding; scheiding van tafel en bed op verzoek der beide echtgenoten; verschoning van (of ontslag uit) de (toeziende) voogdij; curatele; horen van bloedverwanten van onder curatele te stellen personen; opsluiting van krankzinnigen; faillissement; verlof tot verkoop van vaste goederen uit de boedel ten behoeve van het uitkeren van legaten.
Een rekestzaak begint met inschrijving van het rekest in de registers van rekesten. De behandeling van het verzoek vindt plaats in de raadkamer achter gesloten deuren. De uitspraak van de rechter wordt schriftelijk vastgelegd en wordt 'beschikking' genoemd, niet 'vonnis'. Het rekest wordt meestal samen met de beschikking in de algemene serie rekesten bewaard. Sommige soorten rekesten met beschikkingen en andere in het vervolg van de procedure gevormde stukken, zijn als aparte series bewaard. Dit betreft onder andere: opsluiting van krankzinnigen en faillissementen. Aangezien deze zaken veelvuldig in het archief van de rechtbank te Zutphen voorkomen worden zij hier nader besproken.
2.1.4.5.4. Opsluiting van krankzinnigen
Over het opsluiten van krankzinnigen (of confineren) wegens krankzinnigheid handelde de wet van 1841, Stb. 20. Tot 1884 kon een rekest met betrekking tot de opsluiting van krankzinnigen alleen naar de rechtbank gestuurd worden. Het verzoek kon gedaan worden door de krankzinnige zelf, bloedverwanten of aangehuwden, echtgeno(o)t(e) of door iemand die enige toezicht uitoefent op de krankzinnige. Het verzoek is gericht aan de president van de arrondissementsrechtbank, die een machtiging kan verlenen tot voorlopige plaatsing in een gesticht. De voorlopige plaatsing in het gesticht kan uitlopen op een permanente. Gedurende de eerste drie jaar moest ieder jaar verlenging worden aangevraagd middels een nieuw verzoekschrift. Daarna wordt de krankzinnigheid als "gedurig" beschouwd, en volgt onder-curatele-stelling, indien deze niet al eerder heeft plaatsgehad.
Na 1884 (Wet tot regeling van het staatstoezicht op krankzinnigen, Stb. 96) kunnen de belanghebbenden verzoek indienen en kan men dus stukken terzake ook in de kantongerechtsarchieven vinden. De machtiging voor het eerste proefjaar bleef aan de rechtbank voorbehouden.
|
laatste wijziging 12-12-2012
, 3.944 beschreven archiefstukken
, 7 gedigitaliseerd
, totaal 8 bestanden
|
Inventaris
|
laatste wijziging 12-12-2012
, 3.944 beschreven archiefstukken
, 7 gedigitaliseerd
, totaal 8 bestanden
|
| |||||||||||||
|
laatste wijziging 12-12-2012
, 3.944 beschreven archiefstukken
, 7 gedigitaliseerd
, totaal 8 bestanden
|






