"Wat archiefinstellingen moeten leren loslaten, is hun monopolie op toegankelijkheid. Het toegankelijk maken van en toegang geven tot archieven blijft weliswaar de kernactiviteit bij uitstek, maar die taak moeten zij zoveel mogelijk samen met het publiek uitvoeren. De verzamelde kennis van het publiek overstijgt die van de archiefinstellingen". Historicus en archivaris Margreet Windhorst schreef voor Erfgoed Nederland een opiniërende stuk onder de titel: "Archieven in transitie. Innovatieagenda voor de archiefsector".
Fred van Kan, algemeen directeur van het Gelders Archief, was als gesprekspartner betrokken bij de discussies over de innovatieagenda.
In haar publicatie pleit Windhorst voor de overgang van het archief naar een e-archief. Wat bedoelt ze daarmee? Een netwerk van archiefinstellingen dat als betrouwbare informatiemakelaar functioneert, digitaal toegankelijke collecties en interactieve webdiensten. "Het e-archief is niet een archiefinstelling die zijn gedigitaliseerde collectie op het internet heeft gezet en waarvan de medewerkers van [hun] stofjas [zijn] ontdaan".
De democratisering van het informatiebeheer is door de recente ontwikkelingen van het internet een hot thema. Iedereen kan zijn of haar informatie en mening op het internet kwijt via Wikipedia, Twitter, Facebook et cetera. Kritische 'digikundigen' menen dat de informatiedemocratisering van het web een teloorgang betekent voor begrippen als 'deskundigheid' en 'betrouwbare informatie'. Voorstanders van de 'wikipediasering' willen de meritocratie van het informatiebezit breken, dat wil zeggen dat niet weinigen, maar velen over zo veel mogelijk informatie moeten kunnen beschikken.
De brochure van Windhorst over de innovatieagenda van archieven raakt deze discussie.
Margreet Windhorst. Archieven in transitie. Innovatieagenda voor de archiefsector. Erfgoed Nu. Erfgoed Nederland mei 2010.
@Ron
Die rol is er inderdaad eentje die we als archivarissen kunnen vervullen. Of kunnen laten vervullen natuurlijk. We hoeven het niet allemaal zelf te doen.
Maar die denkrichting is de enige goede.
Wikipediasering van archieven? Geen probleem als de archiefsector inderdaad de stofjas uittrekt en inruilt voor de digitale stofkam. Dat wil zeggen archiefmedewerkers en archivarissen worden zelf ook wikipeden en lopen dagelijks de door externen bijgewerkte en toegevoegde bestanden na op tekortkomingen (moet mogelijk zijn die dagelijks te selecteren) en corrigeren die zo nodig. Actieve kwaliteitscontrole vervangt dan deels het minder interessante handwerk. Trouwens, vaak gaat het om contextinformatie die het huidige archief sowieso ontbeert (bijvoorbeeld bij foto’s; wie/wat is afgebeeld?) en waarvoor al op het antwoord van derden moet worden vertrouwd (ook geautoriseerde deskundigen weten niet alles). Kwaliteitscontrole zal dan ook vooral gaan over de vorm en de reproduceerbaarheid van de bewerkte informatie.
Zo voorkom je zowel de vermindering van de betrouwbaarheid van de informatie vermindert (inderdaad een risico van wikipediasering), als het overbodig worden van de archivaris en archiefmedewerker. Zie het maar als de virtualisering van de vrijwilliger die nu ook al hoognodig is om de achterstanden te kunnen behappen. Alleen zien we ze niet meer in levende lijve en we moeten dus ook het beheer (kwaliteitsbewaking achteraf in dit geval) virtualiseren....meegaan met de tijd dus, zónder het goede overboord te gooien. Want we zijn en blijven deskundige beheerders van het medium, maar dan meer als een soort moderator. En dat is toch meer dan een informatiemakelaar, want een makelaar voegt geen echte kwaliteit aan het object zelf toe. Een mooie test voor het aanpassingsvermogen en de creativiteit van de archiefwereld….moet ze aankunnen!