Wetenschappelijk medewerker van de Universiteit van Amsterdam, Peter Horsman, klaagt in het Archievenblad (2010-1) dat er niet om archivistische principes en methoden wordt gemaald bij Regionaal Historische Centra (RHC's). Het Gelders Archief is een RHC. "Als de klant zijn informatie maar snel krijgt, is hij tevreden...Traditionele archivistische waarden spelen daar nauwelijks een rol...De vraag is wel welke archivistische kennis essentieel is en met welke instrumenten die herijkt zal moeten worden. Het is te gemakkelijk gezegd dat de klant er geen boodschap aan heeft".
Bij de afdeling Publiek (onder andere studiezaal) van het Gelders Archief heeft kennisoverdracht voor een goede dienstverlening een belangrijke plek. Medewerkers informeren elkaar en er worden instumenten voor het publiek gemaakt om moeilijke archieven en materie toegankelijker en begrijpelijker te maken. Het publiek verwacht een efficiënte en doeltreffende dienstverlening, markt en bestuur verwachten een publieksbeleid dat bij deze tijd hoort.
De verwachtingen van het publiek om met één druk op de knop de juiste informatie te vinden passen niet altijd bij de aard en structuur van archieven als informatiebron. Dat is strijdig met de marketinggedachten van deze tijd. De complexe structuur en context van archieven laten zich niet dwingen. Horsman heeft hier een punt.
Wat mij stoort aan het - overigens boeiende - artikel van Horsman is zijn uitsmijter: "Het zal mijn tijd wel duren". Dat is een houding die het Gelders Archief zich niet kan veroorloven voor zijn publiek.
Elio Pelzers
Communicatie