BOOT: Voetveer na achthonderd jaar weer in de vaart?

Gelders Archief

donderdag 14 mei 2009

Midden jaren zeventig van de vorige eeuw werd de Nelson-Mandelabrug aangelegd. Het zand voor de zuidelijke oprit kwam uit de uiterwaarden in de polder Meinerswijk. Daar lag een zandzuiger; het opgezogen zand werd door stalen buizen gepompt en honderden meters verder waar het talud van de brug moest komen weer opgespoten. Dit heeft jaren geduurd. Op de plaats van de zandzuiger ontstond zo een steeds grotere plas. De Arnhemmers kennen die tegenwoordig als het Gat van Bruil, de Sleutelplas of eerder nog het naaktstrand.

Omdat ergens in de buurt van de polder Meinerswijk de legendarische Vicus Meginhardi gelegen moet hebben, die door de Noormannen in 847 geplunderd is, heb ik de zandzuigers op de voet gevolgd. In die jaren ben ik wel tientallen keren om de plas gelopen. Doordat het water voortdurend weggezogen werd, was de waterspiegel soms wel drie meter lager dan tegenwoordig. Vanaf 1974 kwamen er regelmatig stukken van schepen tevoorschijn. Het ging niet om drakenschepen van de Vikingen, maar om allerlei soorten rivierschepen. Drie daarvan zijn door de toenmalige Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders opgegraven en gepubliceerd.

De laatste die ik in mei 1976 ontdekte was heel bijzonder. Zoals later gebleken is stak de voorkant ervan nog in de wand van het zandgat en was de achterkant al voordat het schip ontdekt werd door het zandzuigen naar de bodem gezakt. De voorkant werd toen opgegraven en geconserveerd in Ketelhaven.




Voor de constructie van het schip was een grote eikenhouten boomstam doormidden gezaagd. De beide helften werden uitgehold en als boorden van het schip gebruikt. Daar bovenop kwam nog een plank als opboeiing. De platte bodem bestond uit drie dikke planken en alles werd door verschillende spanten bij elkaar gehouden. Recent jaarringonderzoek van het hout heeft uitgewezen dat het rond 1216 gekapt is. Van dit scheepstype zijn tot nu toe maar drie exemplaren teruggevonden: in Bremen, Krefeld en Arnhem/ Meinerswijk.

Doordat het zo’n bijzondere vondst was zijn amateur-onderwaterarcheologen dertig jaar na dato gaan kijken of ze het ontbrekende stuk nog konden vinden. Daar zijn zij wonder boven wonder in geslaagd. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat de achtersteven met financiële steun van de gemeente Arnhem en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed op 13 mei 2009 geborgen kon worden. De houten onderdelen zullen in Lelystad geconserveerd worden, wat waarschijnlijk een half jaar gaat duren. Daarna worden ze aan de voorkant gepast en is het schip na meer dan dertig jaar weer compleet. Het verdient dan een mooi plaatsje in Arnhem zodat de Arnhemse bevolking ervan kan genieten.


Blijft de vraag waarvoor diende het? Historisch onderzoek zou hierop misschien een antwoord kunnen vinden. Samenwerking tussen het Gelders Archief en de afdeling archeologie van de gemeente Arnhem heeft in het Musiskwartier al een knap staaltje van middeleeuwse projectontwikkeling avant la lettre aan het licht gebracht. Daar ontstond ongeveer na 1390 een nieuwe stad waar de bierbrouwerij en de leerindustrie eeuwenlang de dienst uitmaakten.

Vooruitlopend op historisch onderzoek kan er nu al op gewezen worden dat er in 1294/1295 daar in de buurt sprake is van een klein overzetschip, in het ambtelijk Latijn van die dagen een “navis transitoria” genoemd. Misschien is na achthonderd jaar de voorloper daarvan boven water gekomen.

 

Ronald Wientjes, medewerker Gelders Archief


Reactie plaatsen







donatie