Welke organisatie je ook neemt, weinig instellingen durven een voorspelling te doen over hun aanwezigheid over pakweg honderd jaar. Met enige zekerheid durft een archivaris te zeggen dat het archief er over honderd jaar nog wel zal zijn. Immers archivarissen beheren documenten die in sommige gevallen al duizend jaar oud zijn. Het oudste stuk van het Gelders Archief is is zelfs al ouder dan duizend jaar. Maar goede resultaten in het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.
Ach, zult u misschien denken, archivarissen hebben dus alle tijd van de wereld. Komt het vandaag niet, dan wel morgen. Dat is iets te kort door de bocht.
Neem de krant van vandaag, donderdag 11 december. Op de voorpagina berichten over een dreigende reorganisatie bij de politie. Archieforganisaties kunnen in hun collecties veel terugvinden over reorganisaties van politiediensten in het verleden. Zo staan er iedere dag wel zaken in de actualiteit, waarover iets is terug te vinden is in archieven. Het leven is een cyclus, alles lijkt zich te herhalen. Archivarissen hebben veel te weinig tijd om dit allemaal voor het voetlicht te brengen. Laat staan om er over te filosoferen.
Te weinig mensen voor te veel werk. En het cynische is, dat dat honderd jaar geleden ook al zo was, vonden onze collega's toen. Blijkbaar zijn sommige resultaten in het verleden wel een garantie voor de toekomst.
De vraag die opkomt: hoe zal het archief er over honderd jaar uitzien? Virtueel of toch fysiek of misschien geheel anders door een nu nog onbekende techniek. Zou dit stukje dan nog terug te vinden zijn? Zouden onze collega's dan voldoende tijd hebben om dit geneuzel te lezen?