De Telegraaf en Nu.nl brachten op 17 januari 2008 het nieuws dat de Duitse justitie en de sociale dienst in Hessen een 16-jarige Duitse geweldspleger naar Siberië sturen. De jonge crimineel zal hier door zware arbeid en ontberingen zijn agressie moeten leren beheersen, aldus de media. De geschiedenis herhaalt zich.
De Pruisische koning maakte op 7 juli 1802 bekend dat "niet-corrigeerbare" criminelen naar Siberië zouden worden verbannen. Het ging om "dieven, rovers, brandstichters en andere soortgelijke grote criminelen", die bij herhaling het leven van brave burgers zuur maakten of ontsnapten uit strafgevangenissen. De koning wilde deze "booswichten" naar een ver weg gelegen werelddeel transporteren, zodat ze daar in "het zwaarste werk" konden worden ingezet "zonder de hoop ooit weer in vrijheid te leven". Met het Russische hof sprak de Pruisische koning af dat 58 bandieten aan de Russische troepen zouden worden overgedragen. Deze brachten het gespuis naar "het uiterste van Siberië, meer dan duizend mijlen van de grens" van Pruisen: naar de onherbergzame berggebieden van het koude Siberië.
Deze aankondiging van de Pruisische koning bevindt zich in de rechterlijke archieven van de Kleefse enclaves. Dit waren gebieden die voor 1814 tot Pruisen behoorden, maar na de Franse tijd bij Nederland kwamen.
Bron: ORA Zevenaar en de Lijmers, inv. nr. 2783.