Het Gelders Archief laat regelmatig naar buiten toe weten dat zijn oudste archiefstuk uit 1076 stamt. Het betreft een koningsoorkonde, waarin koning Hendrik IV het landgoed Biljoen wegschenkt voor het herstel van de Sint-Pieterskerk in Utrecht. Dit godshuis was door de schuld van de koning afgebrand. Deze oorkonde is gemaakt van kalfsperkament voorzien van een koninklijk zegel en een monogram (symbool) van de koning. De oorkonde van Hendrik IV is een echt archiefstuk, dat wil zeggen dat het ontstaan is doordat de koning zijn functie uitoefende.
Toch heeft het Gelders Archief nog een veel ouder stuk, dat echter eigenlijk geen archiefstuk is, maar een restant van een manuscript. Het gaat om het zogenaamde (en bij kenners nogal beroemde) Keppel Fragment uit de 9e eeuw. Dit Karolingische stuk is een fragment van het boek De Spectaculis van de kerkvader Tertullianus, die leefde in Noord-Afrika in de 2e eeuw na Chr. Dit werk gaat onder andere in op het feit dat Christenen weg dienden te blijven bij gladiatorengevechten en andere spelen in amfitheaters.
Het Keppel Fragment werd waarschijnlijk begin jaren vijftig ontdekt door de archivaris A.P. van Schilfgaarde. Het diende als omslag voor een 16e-eeuws register in het archief van Huis Keppel. We kunnen het document dateren op grond van het handschrift - een Karolingische minuskel en het feit dat het naar alle waarschijnlijkheid wordt genoemd in een catalogus van de kathedraal van Keulen van voor 833 na Chr. De specialisten waren wel op de hoogte van het bestaan van het Keppel Fragment, maar ze wisten niet waar het gebleven was. Dat is nu weer opgelost.
De koningsoorkonde uit 1076 blijft het oudste archiefstuk van het Gelders Archief.