Het woord zegel heeft een dubbele betekenis. Het wordt gebruikt voor zowel de matrijs (het zegelstempel), als voor de afdruk hiervan in de een of andere zachtere substantie (bijvoorbeeld was).
Zegelafdrukken worden gebruikt om:
Het gebruik van een persoonlijk zegel is al uit het verre verleden bekend. Men kent stenen zegelstempels en rolzegels waarmee in klei werd afgedrukt of afgerold. Jozef kreeg van de Farao diens zegel om in zijn naam te handelen (Gen: 41 vers 42). Met het zegel was men handelingsbekwaam. In de Hellenistische en Grieks-Romeinse tijd werd ook veel gezegeld. Het zegel was een herkenningsmiddel en legalisatie, zonder dat bij officiële stukken de rechtsgeldigheid dit beslist vereiste. Men kon een handtekening zetten en tevens een zegel opdrukken. Het zegel van de keizer (veelal een portretzegel) vertegenwoordigde meer een staatkundig machtssymbool.
In de vroege Middeleeuwen werd dit zegelgebruik overgenomen door paus, keizer, koningen, en rijksgroten. Later (vanaf de 13e eeuw) ook door de gewone adel. Zegels werden gebruikt door al diegenen, die oorkonden moesten afgeven en die moesten bekrachtigen. Het zegel kreeg de functie van de huidige handtekening.
In 1181 stelde paus Alexander III het zelfs verplicht, wilde een stuk juridische waarde hebben. De naam van de zegelaar moest in het betreffende stuk vermeld zijn en diens zegel moest aan het stuk hangen om het rechtsgeldig te laten zijn.
Een ieder die iets betekende in de middeleeuwse maatschappij had een zegel, mettertijd ook kloosters, kapittels, priesters, edelen, schout en schepenenen, burgers, boeren, geestelijke en wereldlijke vrouwen. Natuurlijk ook de steden, die vaak meerdere zegels voerden.
Het zegelstempel was strikt persoons- of instellingsgebonden, te herkennen aan een randschrift. Dit randschrift was het belangrijkste onderdeel van het stempel. Daaraan herkende men de eigenaar. Bij diens dood werd het zegelstempel gebroken of doorboord om misbruik te voorkomen. Ter meerdere beveiliging bevestigde men een kleiner zegel of contrazegel aan de achterzijde van het hoofdzegel. De straffen bij fraude waren bepaald niet kinderachtig.
Bij de gevangenname van Floris V werd diens zegel(stempel) 'ontwee' gebroken zoals bij Melis Stoke te lezen is.
In dit zegelproject van het Gelders Archief heeft men alleen met zegels te maken die hangen aan charters. Deze afdrukken zijn van was, gehard met hars. Een enkele keer heeft men te maken met loden zegels. De pausen gebruikten loden zegels.
Het merendeel van de zegels hebben de kleur, 'groen' maar dit is een benaming voor allerlei tinten bruin, groen of grauw. Vorsten gebruikten de kleur 'wit' evenals de dames. De adel zegelde vaak in rood, zoals ook de steden als deze hun 'grootzegel' gebruikten.
De vorm is bijna altijd rond. Kloosters zegelden ook vaak met een ovaal stempel, zo ook de dames. De grootte is wisselend, variërend van 14 tot 110 mm.
De bevestiging kon op verschillende manieren:
Archieven
Beeld & geluid
Familiegeschiedenis
BibliotheekGenLiasGids Burgerlijke standGids doop- trouw- en begraafboekenBevolkingsregister Rheden RozendaalBevolkingsmutaties RenkumMemories van SuccessieNotariƫle archievenOud-Rechterlijke ArchievenPersoonsgegevens ORA Veluwe RechtbankarchievenProcesdossiersKamers van KoophandelMilitairenHuis- en familiearchievenLeenkamerarchievenDemografische bronnenLandverhuizersTynsboekenZegelsOmgevingsgeschiedenis
Tweede Wereldoorlog
Gelderland in cijfers